Formule 1

SPECIAL: Lewis Hamilton vs Nico Rosberg: Toen het lachen verstomde

Uitgegeven door Jeroen Scholte • 30 november 2014 20:07

Het enige dat ontbrak was muziek van Queen of Guns ‘n Roses, wijde broekspijpen en McLaren's als rondrijdende pakjes Marlboro maar voor de rest leken oude tijden dit jaar te herleven in de Formule 1, toen titelpretendenten Lewis Hamilton en Nico Rosberg een aantal keren op, maar zeker ook naast de baan, stevig met elkaar in aanraking kwamen. Senna vs Prost, Piquet vs Mansell, Hill vs Schumacher: niet zelden deed de actualiteit herinneringen aan deze epische gevechten omhoog borrelen.

Gezworen kameraden Lewis en Nico, die voorafgaand aan dit seizoen elkaar als boy-scouts in hun tienerjaren nog openlijk en plechtig eeuwige vriendschap hadden beloofd, vlogen elkaar meer dan eens in de met zorg gemodelleerde haren. Gespannen koppies, koele blikken, moeizaam beantwoordde handdrukken, sneren in de media: de ogenschijnlijk stevig gefundeerde vriendschap bleek niet opgewassen tegen de lokroep van het wereldgoud met bijbehorende roem.



En dat terwijl onderlinge competitie de aanvankelijke drijfveer van hun vriendschap leek. “Ze waren eindeloos met elkaar in competitie. Ze wilden altijd winnen, de ander verslaan,” aan het woord is generatiegenoot en oud F1-rijder Robert Kubica, die zich het opgroeiende duo Rosberg en Hamilton nog levendig kan herinneren. “Maar ze vochten nooit, het bleef te allen tijde vriendelijk. Naderhand konden ze er altijd om lachen. We hadden zoveel lol samen, waren echte vrienden. Het was goed. We waren normale kinderen. Ik heb goede herinneringen aan opgroeien met hen.” Zo close was hun vriendschap dus. Zo hecht. Achteraf konden ze er dus altijd om lachen, stelt Kubica, maar ergens dit jaar stopte het gelach.

De eerste tekenen van een naderende tweestrijd zagen we in Bahrein, toen de snellere Nico Rosberg er keer op keer niet in slaagde de leidende en bruusk verdedigende Hamilton in te halen. Na afloop echter geen irritaties maar felicitaties. Die bleven uit in Monaco. Rosberg maakte kort na het zetten van een snelle tijd in de kwalificatie een zeldzaam foutje en blokkeerde de baan, waardoor Hamilton zijn tijd niet meer kon verbeteren. De belangrijkste pole-position van het jaar ging daarmee op controversiële wijze naar Rosberg. Een dag later volgde een logische zege en een chagrijnig mopperende Hamilton, die maar niet kon geloven dat zijn kartvriend van voorheen zo’n fout had gemaakt. “Dat deed hij expres,” jammerde de Brit, die daar dagen later twitterend weer op terug kwam.

Het leek een incident. Maar dat veranderde in Hongarije. De race in Oost-Europa leek aanvankelijk een prooi voor Rosberg die de race in de openingsfase soeverein domineerde, terwijl Hamilton van de baan glibberde en achterop raakte. Alles veranderde echter na een voor Rosberg ongunstig getimede Safety Car situatie en een reeks pitstops. Hamilton kwam ineens vóór Rosberg te rijden en weigerde aan de kant te gaan toen de teamleiding hem vroeg de op een andere strategie rijdende Duitser langs te laten. “Ik rijd voor mezelf,” fulmineerde Hamilton, “en niet voor hem!” Mercedes fluisterde na afloop met schaamrode kaken dat de order misschien niet gegeven had moeten worden. “Doen we in de toekomst ook niet meer,” zei Niki Lauda. Hamilton hoefde dus niet te boeten voor het negeren van de teamleiding. Maar achteraf werd er niet gelachen.

De weigering van de Brit lijkt, in retrospect, de achteloos weggegooide sigarettenpeuk die het bos in lichterlaaie zette. Want na een maand zonder races kwam Spa-Franchorchamps, en opnieuw controverse. Rosberg’s voorvleugel sneed bij een opportunistische inhaalpoging de achterband van Hamilton’s wagen aan flarden. De Brit scoorde nul. Rosberg finishte als tweede. Red Bull’s Daniel Ricciardo reed schaterlachend als altijd naar de zege. De kemphanen moesten zich melden in Mercedes’ motorhome waar Rosberg verklaarde met opzet niet te hebben gelift ‘om een punt te maken’. Het punt was gemaakt.



Een vriendschap van jaren kwam tot een vlammend eind. Teambaas Toto Wolff liep met een mistroostig schuddend hoofd zuchtend en hoofdkrabbend door de pitstraat. Het hoeft niet gezegd te worden, maar achteraf was er niemand die moest lachen. Kranten en websites vulden al overuren makend hun pagina’s dagenlang met quotes en meningen. Op Monza schoot een leidende Rosberg tot twee keer toe in de Rettifilo van de baan, waardoor Hamilton de koppositie pijnloos en eenvoudig over kon nemen. Precies op dat moment richtte iemand ergens in de pitstraat een camera op Wolff die een glimlach op zijn gezicht toonde: een complottheorie was geboren. Mercedes zou Rosberg opgedragen hebben de zege aan Hamilton te geven, als boetedoening voor Spa. “Hij mistte die bocht wel heel makkelijk,” dacht drievoudig wereldkampioen Jackie Stewart hardop. “Nico had op zijn minst een poging kunnen wagen de bocht te halen.” Alle betrokkenen wuifden de insinuaties weg.

Na afloop van de slotrace in Abu Dhabi, waar een superieure Hamilton zich tot kampioen liet kronen, bleek Rosberg echter een uiterst sportieve verliezer. Vergeten leek de harde strijd, de onrust in Monaco, de clash in België. Rosberg zocht zijn teamgenoot op, schudde uitvoerig Lewis’ hand, bewierookte hem als ‘de beste van het seizoen’ in de media en noemde zichzelf simpelweg net niet goed genoeg. En Lewis? Die deed het enige wat hij na Rosberg’s woorden nog kon doen: hij roemde zijn tegenstander. Nico was echt heel goed geweest dit jaar, zo vertelde hij aan iedereen die het horen wilde. God, wat was Nico het hele jaar toch snel geweest.

Het verdrag van Abu Dhabi werd met die woorden ondertekend. Alles lijkt weer pais en vree in Brackley. Maar is het slechts een interbellum of het begin van eeuwige vrede? Wolff weet het antwoord wel. “Het lijdt weinig twijfel dat als je teammaat je grootste rivaal en tegenstander is, er veel spanningen ontstaan,” deelde Wolff de wereld mee. “Ik weet wel zeker dat we volgend jaar vergelijkbare situaties zullen zien tussen Nico en Lewis. Er is echter veel onderling respect, dat zagen we na Abu Dhabi, en zolang dat zo blijft is het zeker acceptabel voor ons. ”

“Ik heb nog nooit zoveel gelachen als toen we samen raceten,” denkt Hamilton terug aan vroeger. “Nico was kicking ass in die dagen. We hadden geweldige wedstrijden samen en we bouwden een goede relatie op. We waren net begonnen met karten, aten iedere dag pizza, stoeiden met elkaar en hadden ontzettend veel lol, terwijl het nu allemaal zakelijk is.” Die laatste paar woorden geven het verschil aan: geen lol meer, maar zakelijkheid. Zoals eerder gemeld: de ogenschijnlijk stevig gefundeerde vriendschap bleek niet opgewassen tegen de lokroep van het wereldgoud met bijbehorende roem. Het lachen verstomde.



Volgens Hamilton is de onderlinge verstandhouding echter weer terug naar hoe het hoort te zijn. “We hadden van de week een filmshoot en daar praatten we weer over de dingen waar jongens samen over praten,” zei hij deze week nog. Hm. Tja. Natuurlijk. Dat zal ongetwijfeld. Alles is in een paar dagen tijd weer terug veranderd naar hoe het hoort te zijn. En Rosberg dan? Heeft hij misschien spijt van zijn daden? “Nee, spijt heb ik niet,” stelt hij onomwonden. “Maar ik zou nu wel dingen anders doen.” De vraag is wát hij dan precies anders zou doen.

Ondanks alle troubles in Mercedes-land afgelopen jaar, meent Hamilton dat hij blij is met de stevige concurrentie die hij dit jaar van Nico kreeg. “Je wil altijd een sterke tegenstander hebben,” zegt hij. “Een snelle teamgenoot. Omdat je daar zelf beter van wordt.” Kort samengevat: Lewis heeft liever een strijd zoals met Rosberg, al kost het hem een jeugdvriend, dan een easy ride richting titels met zoveel zeges, poles en snelste ronden dat er geen enkele Duitser, of die nou uit Kerpen komt of uit Heppenheim, ooit nog een record in handen zou hebben.

Dat de intense strijd met zijn jeugdvriend de nieuwe wereldkampioen niet koud liet bleek wel toen Hamilton na de controversiële pole-position en daaropvolgende zege van Rosberg in Monaco stellig, bits en onomwonden liet weten: “Wij zijn collega’s, geen vrienden.” Voor de camera’s van BBC Breakfast afgelopen dinsdag, schaarde Hamilton die uitspraak en de andere verbale battles onder het kopje: ‘psychologische oorlogsvoering’. Is dat dan waar je beter van wordt, Lewis?


Hamilton: “We kennen elkaar al vanaf dat we 13 zijn, dus we hebben een hele geschiedenis samen. Mede daardoor was het de meeste intense strijd van mijn leven.” Daar is wat voor te zeggen. Het vriendschappelijke verleden maakt de strijd immers persoonlijk. En dat maakt het scherper. Zeker omdat de wereld mee kijkt. De wil om vooral niet te verliezen van de ander wordt groter dan de wil om te winnen. Wat in dit geval overigens hetzelfde resultaat had: immers, door de superioriteit van de Mercedes bleek het verslaan van de ander doorgaans ruim voldoende voor de dagwinst.



Volgend jaar misschien ook wel. Velen vermoeden dat de concurrentie in 2015 nog altijd niet op het niveau van Mercedes zal zitten. Dat zou dus betekenen dat Rosberg en Hamilton andermaal de degens met niemand anders dan elkaar zullen moeten kruisen met als inzet nogmaals het wereldgoud. En als we de laatste berichten mogen geloven kan de interne strijd tussen de beide Mercedes-rijders nog jaren duren, aangezien Rosberg eerder dit jaar reeds voor meerdere seizoenen bijtekende en Hamilton dat eerdaags ook zal gaan doen.

Wat nu eerst volgt is een lange, turboloze winter. Een tijd van terugkijken, van reflectie. “In de winter zal de rivaliteit wel wat wegzakken,” meent Wolff dan ook. “En begin komend seizoen zal het ook wel meevallen. Maar wanneer het seizoen vordert, zal de intensiteit andermaal toenemen.”

Wolff verwacht dus een nieuwe clash komend jaar. Een sequel. En hoewel een vervolgdeel vaak niet aan het origineel kan tippen zullen de woorden van Wolff voor de doorsnee F1-fan eerder klinken als een belofte dan als een waarschuwing. De onvriendelijke en met regelmaat ook onsportieve strapatsen van Senna en Prost fungeren immers nog altijd als een benchmark in de geschiedenis van de Formule 1. Alle rivaliteiten worden er sindsdien aan afgemeten. En dat is logisch. Een sport gedijt immers bij een felle tweestrijd. Want hoe intenser de onderlinge rivaliteit, hoe mooier het schouwspel zal zijn. Lachen kan altijd nog.

Bronnen: Andrew Benson – BBC Sport
Autosport.com
Skysports.com

 

MEER NIEUWS...

Babe-box

Xtra

COLUMNS