Formule 1

SPECIAL Cor Euser: The Legend! Met duizend races achter zijn naam is hij anno 2018 ‘still going strong’!

Uitgegeven door Peter Vader • 25 juli 2018 04:14

Op een poster aan de muur in zijn werkplaats in Herpen, vlakbij Oss, staat geschreven: Cor Euser, the legend! En dat is hij, een Nederlandse race legende, waar je een boek over vol kunt schrijven. Een verhaal over een ‘self made man’, hard werken, alles zelf doen, over stug doorgaan na tegenslag en een verhaal over één van de meest succesvolle coureurs die Nederland heeft voortgebracht. Tijdens het recente DTM weekend reed hij op Circuit Zandvoort zijn duizendste autorace. Een mijlpaal in de Nederlandse autosporthistorie, want dat is nog nooit eerder vertoond. Een moment voor RaceXpress om bij stil te staan.


De gouden Marcos ter gelegenheid van zijn duizendste race (foto Miguel Bosch)

Formule auto’s
Met geboortejaar 1957 behoort hij niet tot de jonge garde. Toch heeft Euser nooit aan snelheid ingeboet. Hij grossierde in kampioenschappen, hoewel hij het tegenwoordig iets rustiger aan doet. Cor Euser: ”Ik ben begonnen met motorracen, op mijn zeventiende reed ik met een 500cc. Na de nodige valpartijen ruilde ik die om voor een auto waarmee ik ging autocrossen. Daar heb ik mijn wagenbeheersing geleerd. In 1979 ben ik overgestapt naar de formule auto’s. Ik volgde een race cursus bij de Cenav Rensportschool en reed mij direct in de kijker van sponsor Marlboro. Zij namen mij op in het Marlboro Racing Team Holland, waar mijn teamgenoten Huub Rothengatter en Arie Luijendijk waren. Beide namen hoeven weinig toelichting, Huub belandde in de Formule 1 en Arie reed zich naar de top in de Indycars en maakte zich onsterfelijk door zelfs de Indy 500 te winnen! Ik werd met een Engelse Crosslé Nederlands Formule Ford kampioen 1600 in 1980 en herhaalde dat in 1981. Bovendien behaalde ik de Europese titel in 1981. Daarna stapte ik over naar de Formule Ford 2000 en reed ik met wisselend succes tegen latere Formule 1 coureurs als Ayrton Senna, Jean Alesi en Mauricio Gugelmin. Ik bleef doorgaan in de formuleauto’s in het Europese en Duitse Formule 3 kampioenschap en ik reed zelfs in Canada. Niets was mij te gek. Ik wilde ook domweg meer vermogen en daarom stapte ik in 1986 door naar de Formule 3000, het voorportaal van de Formule 1. Daar wilde ik natuurlijk naar toe.”


Cor Euser: regelmatige racewinnaar en grossier in kampioenschappen

Euser vervolgt: “Ik had geen geld, want mijn vader was slager en mijn eigen loopbaan begon met ’s nachts varkens slachten en dan met vliegende vaart naar het circuit om in de raceauto te stappen. Toch verliet ik het slachtersvak om mij helemaal te concentreren op de racerij. Ik reed in de Formule 3000 met de Engelse March en kreeg de kans om bij Eddy Jordan in te stappen in zijn Formule 1 auto. Het kwam er niet van, want ik liet mij uitkopen zodat mijn stoeltje aan Michael Schumacher kon worden gegeven. Daar heb ik financieel nooit spijt van gehad. In 1991 kreeg ik de kans om Indycars te rijden voor icoon Tony Bettenhausen. In mijn debuutrace werd ik tiende en zou in 1992 een heel seizoen voor hem gaan rijden. Je krijgt maar één keer in je leven zo’n kans, maar mijn manager liet het afweten en weg was mijn kans. Ik was te goed van vertrouwen geweest. Erg jammer, als je bedenkt dat de Indycars de Amerikaanse tegenhanger zijn van de Formule 1!”


Euser's BMW M3 uit het DTM kampioenschap

Prototypes en BMW
Begin jaren negentig beleefde Euser zijn Indycar avontuur, maar stapte hij ook in de endurance racerij. Met de Engelse Spice reed hij in het World-Prototype Championship en verscheen daarmee aan de start op circuits over de hele wereld. Euser behaalde in 1991 de vijfde plaats in de eindrangschikking. In die periode kwam er nog een andere eigenschap van de coureur bovendrijven. Euser: ”Bij Spice waren ze toentertijd erg onder de indruk van mijn vermogen om een auto op te zetten. Ik rij twee rondjes en ik weet wat er aan de afstelling moet gebeuren. Dat heeft ons heel veel werk gescheeld.” Deze eigenschap kwam hem later goed van pas, toen Euser aan zijn hoofdstuk met Marcos begon. Een andere markante auto in zijn loopbaan was de Jaguar XJ-R, waarmee hij drie races reed in het voorprogramma van de Formule 1." Of het in 1991 nog niet druk genoeg was, verscheen hij ook aan de start in de DTM met een BMW M3 in alweer Marlboro kleuren. Het was een ongelijke strijd tegen de fabrieksauto’s en er werd veel politiek bedreven. Euser: “Carly Motors zette een geweldige M3 neer en ik eindigde het seizoen als beste prive rijder. Dat ik mijzelf verhuurde als coureur heeft mij toen geen windeieren gebracht. De link met BMW kwam voort uit 1990, toen ik voor het BMW dealer team met een 320i de titel behaalde in het Nederlandse DTCC. Ik ben BMW altijd trouw gebleven. Ik heb in de BMW 130i Cup gereden en de afgelopen jaren was ik met mijn racing team onderweg met een BMW E46 M3, een BMW 1 Serie diesel en een BMW Compact.”


De BMW E46 M3 Coupé, het merk dat hij altijd trouw bleef

Rover
Euser wordt veelal geassocieerd met dikke kanonnen. Toch heeft hij in zijn iets minder bekende periode mooie kampioenschappen behaald met de Rover 114 GTI. Euser: “Het was ook weer een bijzondere tijd. Met de 114 GTI knokten we ons naar voren in de Nederlandse raceklasse produktietoerwagens tot 1400cc. Ik begon er mee te racen in 1992 en in 1993, 1994 en 1995 werd ik kampioen. De auto’s werden ingezet door de importeur MG Rover Nederland onder leiding van Fred van Putten. Hij is een oud coureur met een echt racehart, hij was als formule 1 commentator de voorganger van Olav Mol en bovendien een doorgewinterde automotive persoonlijkheid. Behalve met de 114 GTI reed ik ook nog met een Rover 220 Coupé tijdens de ‘Masters’ van 1993 en 1994. Met die auto heeft het zich helaas niet doorgezet, vanwege de perikelen rondom de overname van Rover door BMW.”


De multicoloured Marcos LM600, die de bijnaam La Bomba kreeg

Marcos
Euser was inmiddels een bekende Nederlandse racetopper, maar zijn grootste wapenfeit moest nog komen. Euser: “In 1994 stapte ik op Assen voor het eerst in een Marcos en ik wist direct dat daar veel potentieel in zat. Ik richtte Marcos Racing International op, mijn racebedrijf dat tot de dag van vandaag nog bestaat. Samen met Joop Kok werkte ik aan de motorontwikkeling van de bestaande Marcos Mantis, die over 440pk beschikte. In 1996 bouwden we met Ad Verkuijlen en Marc van den Berg de eerste verbeterde versie van de Marcos LM600, bovendien de eerste, geheel in Nederland gefabriceerde Marcos. In 1997 kwamen we al aan 580pk en in 1998 werd de motor vergroot naar 6,9 liter. De in Marcos LM600 omgedoopte auto, was een andere racemachine dan zijn voorgangers. Hij was extreem breed en laag en dat gaf hem een bijzonder uiterlijk, dat nog werd geaccentueerd door het groen, blauw, geel en rode kleurenschema. Mijn vrouw Elly had dat bedacht. De ‘multicoloured’ Marcos was alleen al door zijn verschijning geliefd bij de fans. Vanwege het aantal hits op internet weten we dat het anno 2018 nog steeds de meest aansprekende auto is uit de Supercar Challenge. De Spanjaarden noemden hem “La Bomba”, toen ik daar het GT kampioenschap won. Ook de Engelsen waren er gek op. Samen met Calum Lockie reed ik de LM600 naar de Britse GT titel in 2000. Het waren de hoogtijdagen van de Britse GT pk monsters. We versloegen toen de ruige, zwarte Lister Storm, een supersnelle Lotus Elite V8, de experimentele TVR Speed Twelve, een Viper en een aantal andere Marcossen. Het was een geweldig kampioenschap, vanwege de grote verscheidenheid aan GT wagens. Bovendien niet gehinderd door heel strenge homologatie eisen en verplichte productie aantallen, waardoor er veel ruimte was voor technische creativiteit. De LM600 hoorde daar helemaal thuis, alleen de Engelsen kunnen zoiets bedenken en organiseren."

In 2000 werd het Engelse Marcos verkocht aan Eurotech, een Nederlandse onderneming. Daarmee wist Euser het merk verder naar zich toe te trekken en begon een reeks van successen. De Marcos LM600 werd door hem verder verfijnd en dat resulteerde in de kampioenschapstitel in de Dutch Supercar Challenge in 2002, 2004 en 2009, nadat hij de titel in 2003 net niet wist te prolongeren. In 2007 nam hij ook deel aan het Spaanse GT kampioenschap met de Marcos. Marcos vormde de hoofdmoot, maar Euser reed ook in de BMW 130i Cup en met de BRL V6. Altijd voorin, maar behaalde geen kampioenschappen. Je kan niet alles winnen! Euser: “Het is weinigen gegeven, maar in 2004 reed ik tijdens de ‘Masters of Formula Three’ op Zandvoort mijn vijfhonderdste autorace. In het bijprogramma reed ik de Marcos met startnummer 500, naar mijn 154e overwinning, dat was een leuk moment in mijn raceloopbaan! Tijdens de Paasraces van 2010 hebben we mijn jubileum vieringen nog eens dunnetjes overgedaan, met de deelname met een Formule Ford van Geva Racing, tenslotte de klasse waar ik ooit in ben begonnen. En afgelopen DTM weekend was dan mijn duizendste race, een gouden jubileum waarvoor ik mijn Marcos in de kleur goud heb gespoten.”


De Lotus Evora GT4, alweer een technisch knappe prestatie

Lotus
In 2011 gaf Cor Euser een nieuwe wending aan zijn loopbaan. Hij maakte de overstap naar de Dutch GT4 klasse, waarin hij ging racen met alweer een Engelse auto: de Lotus Evora GT4. Euser: “De Lotus weegt 1.190kg en is dus erg licht en wendbaar. De concurrentie weegt gemiddeld 1.400kg, door het gewichtsverschil wordt het mindere vermogen van zo’n 360 pk’s ruimschoots gecompenseerd. In het debuutjaar werden we geplaagd door bandenproblemen en moesten we de Evora technisch onder de knie krijgen. De witte auto was een frisse verschijning in het veld en gaandeweg het seizoen vielen alle puzzelstukjes op zijn plaats. We behaalden één overwinning en pakten diverse podiumplaatsen, dus potentieel genoeg. Voor 2012 hadden we ons tot doel gesteld om de titel binnen te slepen. Vanwege mijn herstelperiode door mijn crash op Zolder met de Marcos, kon ik de tweede helft van het seizoen wel vergeten en besloot ik om het in 2013 opnieuw te proberen. We hadden zicht op het kampioenschap, maar vanwege kleine ongelukjes van mijn minder ervaren Am-collega glipte het kampioenschap door onze vingers. Uiteindelijk werd ik tweede in het inmiddels Europese GT4 kampioenschap. In 2014 stapte ik weer over naar de Supercar Challenge van Dick van Elk. Ik heb respect voor Van Elk, want hij weet als enige in Europa hoe hij moet omgaan met de ‘balance of performance’ van de raceauto’s in zijn kampioenschap. De Lotus paste qua specificaties precies in de Supersport klasse en ik had er inmiddels, samen met alweer Joop Kok, een technisch uitgebalanceerde auto van gemaakt. 2014 werd weer een ouderwets succesvol racejaar. Na veel strijd met mijn klassegenoten, wist ik vijf overwinningen te behalen en het kampioenschap binnen te slepen!”


Cor Euser,the legend!

Succesvol
Als je al meer dan 35 jaar aan het racen bent en je nog steeds voorin meedraait, dan staat je kennis en kunde niet ter discussie. Euser haalde weliswaar de Formule 1 niet, maar vervolgens reed hij met allerlei verschillende raceauto’s in allerlei raceklassen vooraan mee op wereld-, Europees- en nationaal niveau. Behalve op het circuit verscheen hij ook twee maal aan de start van de Dakar rally, een evenement dat bij prominente GT coureurs regelmatig niet ontbreekt op hun CV. De rode draad in zijn verhaal is hard werken en koppie erbij houden. Geld was er niet voor de ‘slachter uit Oss’, sponsoring moest hij altijd vergaren op basis van zijn resultaten op de baan en door zijn technische kennis. Behalve het stuur zelf ter hand te nemen, begeleidde hij ook vele rijders naar de top, die inmiddels tot succesvolle internationale coureurs zijn uitgegroeid. Tegenwoordig doet Cor Euser het iets rustiger aan, maar het opleiden van coureurs blijft hij steevast doen. Momenteel coacht hij Daan Pijl, een jongen van veertien die uitkomt in de Ford Fiesta Cup. Interessant zijn bovendien de vele kleurrijke mensen, die zijn pad kruisten. Eén van hen is Jim Briody, een echte cowboy uit Prescott (Arizona, USA), die al jarenlang met Euser op talloze circuits aan de start verschijnt.

Maar van romantische verhalen kun je niet racen, het is en blijft een kwestie van keihard doorwerken om de top te bereiken en er te blijven. Weinigen kunnen hieraan uiteindelijk voldoen, Cor Euser heeft het al bewezen. Hij is ‘The legend’, zoals op de poster aan de muur staat geschreven, met duizend races achter zijn naam is hij anno 2018 ‘still going strong’!



Bekijk HIER het FOTOALBUM van Cor Euser, The Legend!

 

MEER NIEUWS...

Babe-box

Xtra

COLUMNS