50 jaar GTI: hoe de brave Golf een scherp randje kreeg Golf 1 GTI
Uitgegeven door Johan van de Kerkhof • 17 januari 2026 22:00
Vijftig jaar GTI bewijst dat sportiviteit niet exclusief hoeft te zijn. Wat bij Volkswagen begon als een eigenzinnig idee groeide uit tot een maatstaf, een naam die meer zegt dan alleen die drie iconische lettertjes op de achterklep en grille. In deze nieuwe serie zetten we de GTI in de spotlights, en we beginnen bij de auto die het allemaal losmaakte en de basis legde voor inmiddels vijf decennia GTI: de Golf I GTI.

De Golf I GTI was zeker geen zorgvuldig gepland icoon. Hij kwam voort uit het enthousiasme van een jonge ingenieur van Volkswagen: Alfons Löwenberg. Kort na de introductie van de Golf ontstond het idee. Samen met een handvol collega’s sleutelde hij in 1974 buiten werktijd in een werkplaats in Wolfsburg aan wat zij nuchter de ‘Sport Golf’ noemden. Grootse plannen waren er niet. Voor dit kleine gezelschap ging het om een compacte auto met een sportief randje, meer niet. Niemand zag dit experiment uitgroeien tot één van de meest herkenbare namen in de autogeschiedenis. Die bescheiden ambitie blijkt ook uit de oorspronkelijke opzet: een beperkte oplage, hooguit een paar duizend exemplaren, bedoeld voor liefhebbers die wisten waar ze naar zochten.

Dat idee stond haaks op de werkelijkheid van de Golf zelf. Die was nooit bedoeld als sportieve auto. Bij zijn introductie diende hij vooral het gezin, het woon-werkverkeer en het dagelijkse leven, met bescheiden viercilinders die draaiden om rust en betrouwbaarheid, niet om prestaties. Binnen Volkswagen was de aandacht bovendien volledig gericht op de uitrol van een compleet nieuw modellenprogramma. Een afwijkend project als een sportieve Golf paste daar nauwelijks tussen. De animo van bovenaf bleef beperkt, maar Löwenberg en zijn kleine groep collega’s zagen potentie en werkten onder de radar van het management door.
Een belangrijke bondgenoot vond Löwenberg in Anton Konrad, destijds PR-directeur bij Volkswagen. Niet in een vergaderzaal, maar aan de keukentafel werd het idee verder uitgewerkt. Met koffie en cake bespraken Konrad en Löwenberg het plan met enkele Volkswagen-kopstukken, voorzichtig peilend of er ruimte was voor iets waar eigenlijk niemand om had gevraagd. De respons bleef lauw, maar het zaadje was geplant. En soms is dat genoeg.

Z’n temperament kwam aanvankelijk van een 1,6-liter viercilinder met het mechanische K-Jetronic-systeem van Bosch. Vandaag lijkt 110 pk bescheiden, maar halverwege de jaren zeventig was het een stevige belofte, zeker in combinatie met een leeggewicht van nog geen 850 kilo. Later groeide de Golf I GTI door naar 1,8 liter, zonder zijn lichte, directe karakter te verliezen. De cijfers vertellen maar een deel van het verhaal. Wat vooral bleef hangen, was hoe direct alles voelde. Gas was gas, sturen was sturen. Geen lagen ertussen, geen elektronische nuance. De GTI reageerde zoals je hem aansprak.

Juist doordat hij zo dicht bij de standaard Golf bleef – een briljant ontwerp van Giorgetto Giugiaro – werkte het concept. De achterbank bleef bruikbaar en de bagageruimte deed niet onder voor die van elke andere driedeurs Golf, waarbij latere uitvoeringen ook met extra portieren leverbaar waren. De GTI vroeg geen offers. Hij nodigde uit om harder te rijden, maar dwong nergens toe. Daarmee werd hij iets nieuws: een auto die sportief kon zijn zonder zijn dagelijkse bruikbaarheid te verliezen. Het begrip ‘hot hatch’ bestond nog nauwelijks, maar de blauwdruk lag er al. Zelfs de naam stond niet vast. Intern sprak Volkswagen aanvankelijk gewoon over de ‘Sport Golf’, tot GTI (Gran Turismo Injection) bleef hangen. De aanduiding verwees naar de injectietechniek, klonk internationaal begrijpelijk en bleef ver weg van opschepperij. Dat niemand toen kon vermoeden hoe iconisch die afkorting zou worden, maakt het achteraf alleen maar sterker.

Nederland maakte halverwege 1976 kennis met de Golf GTI, en dat bleef niet onopgemerkt. Op Zandvoort verschenen identieke GTI’s aan de start van merkencups, waar ze elkaar het leven zuur maakten en het publiek in één klap begreep waar die drie letters voor stonden. Die sportieve uitstraling paste naadloos bij de auto zelf. De geruite bekleding die de tand des tijds moeiteloos doorstond, de golfbal als pookknop en het no-nonsense dashboard met ‘Tittentacho’-klokken, het ‘Spucknabe’-stuur en de matzwarte accenten: beroemd geworden details van een auto met een reputatie, destijds bewust gekozen om te laten zien dat dit geen gewone Golf was.
De GTI probeerde nergens te imponeren. Alles voelde precies zoals je mocht verwachten van een Golf GTI van de eerste generatie: lichtvoetig, robuust en heerlijk wendbaar, met een levendig mechanisch motorgeluid en een ontwerp dat niet om aandacht vroeg, maar die toch kreeg. Bochten nam hij met vanzelfsprekend vertrouwen, het rechte stuk benutte hij net zo gretig. Midden in een bocht kon hij soms speels zijn 13 inch achterwieltje optillen; alsof hij even liet weten waar het plezier echt vandaan kwam. Een onschuldig gevolg van zijn lichte bouw en de directe afstemming van het onderstel.

Volkswagen zelf verwachtte aanvankelijk weinig spektakel. De geplande oplage was bescheiden. De reactie van het publiek was dat allerminst. De vraag groeide snel en de GTI werd in korte tijd een vaste waarde binnen het programma. Daarmee veranderde niet alleen de Golf, maar ook het imago van Volkswagen. Sportiviteit bleek geen risico, zolang het maar slim en toegankelijk werd gebracht.
Vijftig jaar later staat de Golf I GTI nog altijd overeind als referentiepunt. Niet omdat hij de snelste of de krachtigste was, maar omdat hij het idee van rijplezier opnieuw definieerde. Licht, eerlijk en zonder franje. De Golf I GTI bewees dat je geen exotische techniek of groot motorvermogen nodig hebt om een blijvende indruk achter te laten. Je hebt vooral een helder idee nodig — en het lef om het uit te voeren.
Volkswagen Golf I GTI in cijfers
Productie: 1976–1983
Motoren:
– 1.6 viercilinder, mechanische injectie (110 pk)
– 1.8 viercilinder, mechanische injectie (112 pk)
Gewicht: ca. 840 kg
0–100 km/u: ca. 9 seconden
Topsnelheid: ca. 182 km/u
Productieaantallen: ruim 460.000 exemplaren
Nederland: leverbaar vanaf 1976
Vanafprijs NL (destijds): circa 18.000 gulden




