Formule 1

Renault F1 ziet kans verloren gaan: "McLaren wilde een simpele, recht-toe-recht-aan klantenrelatie"

Uitgegeven door Wim Boekel • 4 oktober 2019 06:00 • Print artikel

McLaren maakte in de aanloop naar de Grand Prix van Rusland bekend dat zij vanaf 2021 gaan rijden met Mercedes-motoren. Een flinke aderlating voor Renault die met de introductie van de regels vanaf dat jaar slechts alleen haar eigen team voorziet van motoren. Volgens Renault manager Cyril Abiteboul had het Formule 1-team uit Woking geen interesse meer in zijn krachtbron.

McLaren Zak Brown


Volgens de Fransman lagen de ambities te ver uit elkaar zodat de samenwerking met McLaren alweer snel tot een einde komt. Renault wilde graag een brede samenwerking waarbij technische informatie uitgebreid gedeeld ging worden, ook ten aanzien van chassis, onderdelen en het creëren van cruciale synergieën. Abiteboul gelooft dat het vormen van een alliantie op strategisch en technisch niveau het makkelijker had gemaakt om de dominantie van Mercedes, Ferrari en Red Bull te doorbreken.

“Ons voorstel was simpel: Hoe bouwen we samen verder aan onze reis?", aldus de Renault-manager tegen de officiële website van de Formule 1. “Willen we beiden blijven strijden om P4? Ik denk het niet, maar we zitten wel exact op hetzelfde niveau en de sleutelvraag voor ons is dat we niet tegen McLaren willen vechten, maar hoe we het gaat naar de topteams gaan dichten. Dat was het unieke selling point voor een vernieuwd partnerschap samen, maar er was geen interesse van McLaren. Dus houdt het op.”

“En dat is geen kritiek, het is gewoon dat we zekere ambities hadden", aldus Abiteboul. "Wij wilden onze relatie echt naar een strategisch niveau brengen, maar dat lag blijkbaar niet in de lijn der verwachtingen bij McLaren. Of zij hebben andere ideeën."

Met de komst van het nieuwe motortijdperk denkt de Fransman dat het team uit Woking vooral haar onafhankelijkheid wil bewaken. “McLaren kijkt simpelweg naar een erg simpele en recht-toe-recht-aan klantenrelatie”, zegt Abiteboul. ”Ons voorstel ging veel meer om een partnerschap, waarin we veel meer met elkaar delen: onderdelen, motorintegratie, chassis. Maar dat niet alleen, voor mij was het doel van de relatie om meer synergie van het materiaal te krijgen. Over de installatie, over de faciliteiten, maar ook een weg te vinden waarin de Formule 1 gaat evolueren met standaardonderdelen, open-source onderdelen en voorgeschreven ontwerp onderdelen.”

De Fransman denkt dat zijn visie uiteindelijk tot twee sterkere teams geleid zou hebben. “Ik denk dat we samen sterker in de veld hadden kunnen staan, dus het is duidelijk dat we nu zwakker zijn dan wat we hadden kunnen zijn."

MEER NIEUWS...

Babe-box

Xtra

COLUMNS