Autosport Internationiaal Singleseaters • Indy Pro Series

Interview Robert Doornbos: Over Indy Cars, Danica Patrick, RedBull F1

Uitgegeven door Bas Kaligis • 10 maart 2009 07:02 • Print artikel

Robert Doornbos heeft nooit stilgezeten. De 27-jarige Rotterdammer was actief in de Superleague Formula en is nog steeds actief voor Team Nederland van Jan Lammers in de A1 GP Powered by Ferrari. Zijn vizier bleef echter gericht op Amerika. De lange adem betaalt zich uit. Robert Doornbos racet dit seizoen in de Indy Car Series bij het topteam Newman/Haas/Lanigan Racing. Een prima aanleiding voor een lang interview.

Robert Doornbos openhartig

Het heeft even geduurd, maar dan toch: een contract bij een topteam. Hoe voel je je?

“Man, ik ben zo gelukkig. Ik mag weer laten zien wat ik echt waard ben. Eindelijk. Ik was eind 2007 al dicht bij een contract met het team voor 2008. Ik viel op met mijn derde plaats als rookie in de Champ Car. Bij Newman-Haas was men onder de indruk. Tja, totdat de hele Open Wheel racerij in de VS op de kop ging...”

Is dit de kans waar je al die tijd op hebt geloerd?

“Dit is zeker een gouden kans. Ik ben nu waar ik al die jaren voor heb geknokt. Ik heb het verdiend, maar besef ook dat het dit seizoen moet gebeuren. Dit team is het succesvolste team uit de geschiedenis van de Open Wheel racerij. En dat schept verwachtingen.”

Bobby D op de oval

Je hebt elf Grands Prix in de Formule 1 achter je naam. Is dat hoofdstuk nu definitief afgesloten?

“Ik wil vooral laten zien wat ik waard ben als coureur. En in Amerika kan dat. In de twee races met Red Bull heb ik laten zien dat ik sneller ben dan David Coulthard. Alleen kon het team de coureur niet kiezen op basis van snelheid alleen. En dat is voor mij nog altijd een grote teleurstelling. Ik Amerika ligt dat anders, daar krijg je nog wel een kans op basis van je kwaliteiten als rijder.”

Ook in de VS draait het om resultaten. Wat kunnen we van Robert Doornbos verwachten?

“Ik ga dit seizoen voor de prijzen. Op de stratencircuits doen we meteen mee voor de overwinning. Op de ovals komen we nu nog een beetje snelheid tekort, maar toptien zijn we zeker. Voor de lange termijn wil ik een succesvolle langlopende carrière opbouwen, races winnen en rijk worden. En dat is allemaal mogelijk. Het is een familiair team. Als je scoort kun je er veel successen boeken. Sébastien Bourdais reed er vier jaar, Marco Andretti zelfs tien seizoenen.”

Flat out

Indy Car Series, dat betekent een mix van stratencircuits en ovals. Racen op ovals is compleet nieuw voor je. Hoe heb je de eerste kennismaking ervaren?

“Na vijf ronden kwam ik binnen. Ik dacht dit is niets voor mij. Er zat zóveel beweging in de auto. En dat met meer dan driehonderd kilometer per uur en een muur die op de loer licht... Maar Arie Luyendyk stelde me op m’n gemak. Zijn advies was om gewoon het gaspedaal naar beneden te houden. Een Indycar is namelijk gemaakt voor snelheden boven de tweehonderd mijl per uur, pas als je écht hard gaat werkt de aerodynamica. Ik ging de baan op en hield deze keer het voetje naar beneden. Ik kan je melden: die eerste rondjes waren héél spannend. Maar het werkte en wende heel snel.”

Met een vierde en een zevende tijd op de eerste dag zat je er meteen goed bij. Voel je je thuis op een oval?

“Ik weet nu: racen op een oval is echt kicken. Al was het alleen maar door de immense G-krachten. Het is in de bochten net alsof je helm van je kop wordt gerukt. Je racet met 340 kilometer per uur gemiddeld over de baan en haalt 370 op het rechte stuk.”

En ook je eerste ‘momentje' meegemaakt!

“Bij driehonderd plus brak de achterzijde uit. Maar: ik had ‘m. Deze keer... Mijn hartslag nam wel flink toe. De engineer zag het meteen op de data en riep me binnen. Het team brengt me met beleid. Dat is prettig.”

Zijn naam is al gevallen: Arie Luyendyk. Een ware held in de VS, onder meer dankzij zijn twee overwinningen in de Indy 500. Wat is zijn rol?

“Tijdens de eerste drie testdagen fungeerde Arie als mijn persoonlijke coach en spotter. Hij blijft het hele seizoen betrokken bij het team als adviseur. Geweldig om een coureur met zo’n staat van dienst als klankbord te hebben.”

Doornbos en de LNH crew

Het fenomeen spotter is typisch voor Indy Car. Leg eens uit?

“Op de ovals is het voor een coureur onmogelijk om in de bochten het verkeer achter je en naast je in de gaten te houden. Dat doet de spotter voor je. Hij is dus m’n co-piloot. Op de meeste ovals is een spotter voldoende, maar op Indianapolis zitten er twee mensen op de tribune omdat die oval zo lang is. Ieder neemt twee bochten voor z’n rekening.”

Indy Car is ook glitter and glamour. Wat vind je daarvan?

“Show hoort erbij, toch? Ik voel me er prettig bij. Als je het goed doet, ben je de sportheld van de dag. Autosport leeft enorm, dat merk je overal waar je komt. In de VS worden je prestaties gewaardeerd.”

Je hebt met Danica Patrick en je teamgenote Milka Duno zelfs twee dames als collega.

“De strijd met Danica Patrick wordt een heftige battle, dat kan ik je verzekeren. Zuid-Amerika versus Noord-Amerika (Duno komt uit Venezuela, red.). Ik heb die beide meiden zien rijden. Nou, ze staan echt niet stil. Op de ovals zijn de meiden in staat om voor een verrassing te zorgen. Je zult mij nooit meer horen zeggen: een vrouw achter het stuur is bloed aan de muur. Danica en Milco verdienen respect. Ze kunnen echt wel een potje sturen.”

Je rijdt voor het team van de onlangs overleden Hollywood acteur Paul Newman. Doet dat je wat?

“Ja, ik vind het een eer. Paul Newman heeft heel veel betekend voor de autosport. Hij was zelf trouwens ook een verdienstelijk coureur. Helaas heb ik hem niet lang kunnen ontmoeten, maar ik zal nooit vergeten dat Newman mij in 2007 complimenteerde na de gevechten met zijn coureur Sébastien Bourdais. ‘You raced us well, Robert.’ Bijzonder, want de concurrentiestrijd was zo heftig dat beide teams amper met elkaar spraken.”

Robert Doornbos is weer terug in een top raceklasse. Valt alles nu op z’n plaats?

“Als je uit de Formule 1 en de Champ Cars komt, is elke andere klasse echt een stap terug. Het was een zware tijd, maar ik ben blij dat ik ben blijven racen. Vooral in de Superleague Formula moest ik het team echt leren wat racen inhoudt. Dat was bij A1 Team Nederland heel anders. Hier kon ik me op het racen concentreren. Zo bleef ik scherp als rijder. Ik merk dat ik door de afgelopen jaren ook als mens ben gegroeid.”

Tekst: Bart-Jan Keizer
Foto’s: Bas Kaligis/Doornbos.com

Meer NIEUWS over Doornbos, INDY Car

MEER NIEUWS...

Babe-box

Xtra

COLUMNS